Groningen legt 60 miljoen euro in de Nederlandse AI-fabriek, uit de pot die is opgezet om de schade van de gaswinning te herstellen. Dat is 30 procent van de totale investering. De regio krijgt er 23 procent van de rekentijd voor terug. Die twee getallen naast elkaar leggen is de eerlijkste manier om naar dit project te kijken, maar het is niet het hele verhaal.
De rekensom
De AI-fabriek kost ongeveer 200 miljoen euro. Dat bedrag komt uit drie potten: 60 miljoen uit Nij Begun, 70 miljoen van de rijksoverheid en 70 miljoen uit het Europese EuroHPC-programma.
Het gebruik van de supercomputer wordt verdeeld naar verhouding van wie wat inlegt: 23 procent voor de regio, 27 procent voor landelijke projecten en 50 procent voor Europese (Bron: Groninger Ondernemers Courant).
Toen het plan in mei 2025 naar buiten kwam, sprak men nog over voorrang tot 25 procent voor regionale partijen (Bron: NOS). Dat is in de definitieve verdeelsleutel 23 geworden. Een klein verschil, maar het laat zien dat de regionale toegang geen vast recht is, maar een uitkomst van onderhandeling.
Beginner-tipNij Begun is het herstelprogramma voor Groningen en Noord-Drenthe na de gaswinning. Het gaat over meer dan schadeherstel alleen: er zit ook een deel in voor de economie en leefbaarheid van de regio. De bijdrage aan de AI-fabriek komt uit dat tweede deel, niet uit de pot voor gescheurde muren.
Het tegenargument dat je moet meewegen
De initiatiefnemers hebben een antwoord op de scheve verhouding, en het is niet gek. Fred Hassert van Samenwerking Noord rekent het zo voor: “Voor iedere euro die vanuit Nij Begun hierin wordt geïnvesteerd komen er twee euro bij.”
Dat klopt rekenkundig. Zonder de regionale inleg was er geen rijksbijdrage en geen Europese bijdrage, en dus geen fabriek in Groningen. Zestig miljoen die 140 miljoen aantrekt, is een andere transactie dan zestig miljoen die verdwijnt.
Daar komt bij dat rekentijd niet het enige is wat er terugkomt. Het expertisecentrum staat volledig in Groningen, in de voormalige Niemeyerfabriek, met een team dat organisaties helpt de machine te gebruiken. Dat zijn banen, kennis en een reden voor bedrijven om zich in de regio te vestigen. Die landen niet voor 23 procent in het Noorden maar voor honderd.
De eerlijke vraag is dus niet of 23 procent te weinig is. Het is of het geheel van rekentijd, expertisecentrum en vestigingsklimaat opweegt tegen de alternatieve besteding van 60 miljoen in een regio waar het vertrouwen in Den Haag al decennia beschadigd is. Dat is een politieke afweging, geen rekensom.
Wat er nu al draait
De supercomputer komt er pas in 2027, maar het expertisecentrum werkt al, en dat leverde deze week het eerste concrete resultaat op.
Kenniscentrum Ongewenste Wortelende Waterplanten uit Schipborg, Drenthe, bouwt een platform dat met dronebeelden tot op de millimeter kan zien welke waterplant er onder het wateroppervlak groeit. Woekerende exoten zoals de smalle waterpest en de grote kroosvaren verslechteren de doorstroom van Europese wateren, en ze uit elkaar houden is nu tijdrovend handwerk.
Zo’n model trainen kost meer rekenkracht dan de supercomputer van de Rijksuniversiteit Groningen kon leveren, waar de eerste experimenten draaiden. Kwartiermaker Leon Sterk diende daarom een aanvraag in bij het Europese netwerk. Die eerste aanvraag werd afgewezen: te weinig technische informatie. Met hulp van het Groningse expertisecentrum ging er een tweede in, en die was binnen twee dagen goedgekeurd (Bron: Groninger Ondernemers Courant).
Het model traint nu op een supercomputer in Bulgarije. Een Drents kenniscentrum, Nederlandse waterschappen als afnemer, Bulgaarse rekenkracht, en inmiddels een eerste partner uit Engeland. Zo ziet die Europese verdeelsleutel er in de praktijk uit.
GevorderdenDat de eerste aanvraag strandde op onvoldoende technische onderbouwing is het patroon waar de meeste organisaties op stuklopen. Een beoordelingscommissie toetst niet of je idee leuk is, maar of je in staat bent met een supercomputer te werken. Dat is precies waar zo’n expertisecentrum het verschil maakt.
Wat dit voor jou betekent
Voor de meeste mensen verandert er komend jaar niets zichtbaars. Maar er zitten drie dingen in dit dossier die verder reiken dan Groningen.
Het eerste is waar je data staat. Een AI-model trainen betekende tot voor kort: rekenkracht huren bij een Amerikaans of Chinees bedrijf. De AI-fabriek is publiek gefinancierd en bedoeld voor onderzoek en ontwikkeling; zodra een toepassing commercieel wordt, verlaat die de fabriek weer. Dat maakt het een andere infrastructuur dan de cloud die je kent. Wat er op het spel staat, beschreven we eerder in Sovereign AI: wat het is.
Het tweede is het patroon van publiek geld naar AI-infrastructuur. Nederland tekende Pax Silica, het kabinet presenteerde een internationale AI-strategie, en daar bovenop komt deze fabriek. Bij elkaar is dat veel belastinggeld, en de vraag wie er precies bij mag rekent zich niet vanzelf uit.
Het derde is dat rekenkracht ergens moet staan. Datacenters botsen inmiddels op verzet, in Nederland via het volle stroomnet en in de Verenigde Staten via gemeenten die de stroomaansluiting blokkeren. Een supercomputer in Groningen is geen hyperscale datacenter, maar hij trekt wel stroom uit hetzelfde net.
Wat je in de gaten houdt
De verdeelsleutel staat vast, dus de interessante vraag verschuift naar de uitvoering. Wordt die 23 procent regionale rekentijd daadwerkelijk opgemaakt door noordelijke partijen, of blijft hij liggen omdat niemand weet hoe je een aanvraag schrijft? Het KOWW-voorbeeld laat zien dat het kan, en ook dat het niet vanzelf gaat.
Ondernemers die willen weten hoe zo’n aanvraag in de praktijk werkt, vinden de stappen op ons MKB-platform: rekenkracht aanvragen bij de AI-fabriek. Voor iedereen die het van een afstand volgt, is het cijfer om over een jaar op te vragen simpel: hoeveel van die 23 procent is er echt gebruikt.
